Het CDA-congres maakte indruk op mij, deed mij ergeren en kon mij soms ook in positieve zin beroeren. Uiteindelijk werd ik vooral bevestigd in mijn overtuiging dat confessionele (‘christelijke’) politiek een hachelijke zaak is. Door afwegingen rond machtsvragen te baseren op christelijke principes, kom je in een spagaat terecht. Graag werp ik daarom enkele vragen op. Is de principiële minderheid binnen het CDA bang? Of geldt dat bang-zijn juist voor de pragmatische meerderheid? En om welke angst gaat het in beide gevallen?

Onder de indruk was ik van het aantal betrokken mensen op het CDA-congres: meer dan vierduizend mensen. Het VVD-congres dat tegelijk plaatsvond, verbleekte daarbij. Het CDA bewijst een partij van de samenleving te zijn, een brede volkspartij. Ook de doorgaans respectvolle manier waarop mensen het woord voerden en naar elkaar luisterden, maakte indruk. Inhoudelijk raakten de statements van Ab Klink, Hannie van Leeuwen, Ernst Hirsch Ballin en Kathleen Ferrier bij mij een snaar.

Ergeren deed ik mij niet zozeer aan de voorstanders. Sommigen gaven blijk van hun twijfels en ze gebruikten ook heldere argumenten. Wel stoorde ik me aan vrome godsdienstige woorden, zeker als die vanachter de bestuurstafel vandaan kwamen. Ik besef dat deze manier van spreken hoort bij het CDA en iedereen is bovendien vrij in zijn of haar eigen bewoordingen. Maar de indruk ontstaat dat alleen binnen het CDA (en andere confessionele partijen) mensen zich laten leiden door diep gemotiveerde overwegingen. Ook binnen PvdA, VVD, GroenLinks en andere partijen maken mensen keuzes op basis van religieuze motivaties. Zij doen dat impliciet en vertalen hun motivaties vaak in argumenten die voor iedereen te volgen zijn. Door expliciet te zeggen wat je bedoelt, wordt de discussie ook minder verhullend, hoogdravend en bezwerend.

Verplaatsen kon ik mij in de heldere argumentatie van Maxime Verhagen. Als middenpartij wil je iedereen vasthouden: zowel moslims als PVV-stemmers. De partijleider betoogde dat het CDA zich moet laten leiden door eigen kracht en niet door angst. Zeker als je een partij bent die duidelijk rechts van het politieke midden staat, voeg ik daar aan toe. Want daar zit de electorale angel, lijkt me. Is het daarom misschien zo dat vooral Maxime Verhagen zich laat leiden door angst?

Verhagen vergeet dat het principiële probleem niet zit in de PVV-achterban, maar in de PVV zelf. Deze beweging is niet democratisch georganiseerd, beledigt en belastert voortdurend een hele bevolkingsgroep en lapt godsdienstvrijheid aan de laars. De vraag hoe het CDA de naar de PVV overgelopen kiezers kan terugwinnen, kan ik mij – verplaatsend in het CDA – best voorstellen. Die vraag is legitiem en vraagt ook om antwoorden binnen het CDA. Maar dat is uiteindelijk toch een andere kwestie dan de vraag of je vanuit je principes een politieke samenwerking kunt aangaan met de PVV. Juist dáár loopt de scheur binnen het CDA tussen de mensen van het principe en die van het pragmatisme.

Dat brengt mij bij een andere vraag. Wie binnen het CDA laten zich nu eigenlijk het sterkste door angst leiden? En om welke angst gaat het dan? Op het eerste gezicht lijkt de principiële minderheid binnen het CDA bang te zijn. Bang om met  de PVV een politieke samenwerking aan te gaan. Hun angst richt zich met name op de effecten op de samenleving en de kwetsbaar wordende positie van moslims. Maar wie goed kijkt ziet een nog veel grotere angst: de vrees van de pragmatische meerderheid om als CDA kiezers kwijt te raken aan de PVV.  Dat is, zoals ik aangaf, een legitieme angst, maar het is de vraag of die angst leidend zou moeten zijn. Gaat politiek lijfsbehoud vóór het gedogen van of meewerken aan een verharding van de samenleving?

Wees niet bang voor wat kiezers mogelijk gaan doen, maar sta voor je zaak! Zeker omdat het CDA uitstraalt een partij te  zijn van diepgewortelde overtuigingen, zou je niet bang moeten zijn voor overlopende kiezers. Het CDA kan nu, ondanks een halvering, meeregeren. Het zelfvertrouwen daarover verhult juist een gebrek daaraan voor de langere termijn.

Nu het CDA ondubbelzinnig kiest voor regeringsmacht over rechts, doet het CDA er verstandig aan de C van ‘christelijk’ in te wisselen voor de C van ‘conservatief’. Want het CDA kiest niet alleen voor een samenwerkingsconstructie met de PVV uit eigen lijfsbehoud, maar ook voor een beleid dat het mes diep zet in sociale uitkeringen en ontwikkelingssamenwerking, terwijl de hypotheekrenteaftrek – een subsidie voor de beter gesitueerden in Nederland – overeind blijft staan. En het milieu en duurzame ontwikkeling? Dat zijn al helemaal geen issues meer. 

Aan welk appèl geeft het Christen Democratisch Appèl – dertig jaar na haar oprichting – gehoor? Sinds er met de PVV gepraat wordt, lijkt dat vooral de lokroep te zijn van de macht en het politieke lijfsbehoud. En meer structureel: de lokroep van een rechtse en conservatieve politieke koers. Schenk daarover als CDA dan ook klare wijn zonder je te verhullen in religieus spraakgebruik.

Lees ook: http://www.ikonpastoraat.nl/column.asp?oItem=32