Ruim veertig jaar na zijn dood heeft Fedde Schurer (1898-1968) de biografie gekregen die hij verdient. Schurer schreef geschiedenis als onderwijzer, dichter en hoofdredacteur van dagblad de Friese Koerier. Hij maakte naam als Tweede Kamerlid voor de PvdA en streed voor gelijkberechtiging van de Friese taal.

Met het schrijven van Schurers biografie promoveerde Johanneke Liemburg (1952) – burgemeester van de gemeente Littenseradiel – onlangs aan de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen. Wie haar boek leest ontdekt hoe markant en gepassioneerd Schurer was. Vooral de carrièrepolitici die in 2010 een groot deel van de Tweede Kamer uitmaken, kunnen een puntje zuigen aan deze illustere voorganger.

Schurer groeide op in een eenvoudig gereformeerd gezin, eerst in Drachten en vanaf zijn zesde jaar in Lemmer. Van leerling-timmerman die in de avonduren doorstudeerde, werd hij onderwijzer op de gereformeerde lagere school van Lemmer. Later haalde hij z’n hoofdakte.

Aanvankelijk had Schurer weinig belangstelling voor zijn moedertaal. Die bracht hij in verband met het boerenleven en dat vond hij ouderwets terwijl hij inmiddels veel wist van de Nederlandstalige literatuur. Dit veranderde in 1918 toen hij in contact kwam met de Friese beweging. Dat was tijdens een bijeenkomst van het Kristlik Frysk Selskip (KFS) waarvan hij later bestuurslid werd.

Schurer richtte zich op de dichtkunst in zijn moedertaal. In 1925 verscheen zijn eerste gedichtenbundel Fersen. Later zou hij uitgroeien tot één van de meest markante voorlieden van de Friese beweging. Hij wees onder meer op de noodzaak van het verschijnen van een Friestalige Bijbel om de dominantie van het Nederlands in de kerk te doorbreken. Later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vertaalde hij alle psalmen in het Fries.

Ook was Schurer betrokken bij de kerk en bemoeide zich met de christelijke politiek. In de tweede helft van de jaren twintig verloor hij het geloof in de ware Gereformeerde Kerk. Hij voelde zich aangetrokken door vernieuwers als de predikanten Geelkerken en Buskes. Met de laatste sloot hij een levenslange vriendschap. In 1929 werd Schurer lid en kandidaat Tweede Kamerlid van de Christen-Democratische Unie (CDU), een kleine links-christelijke partij met antimilitaristische standpunten. Ook werd hij actief bij Kerk en Vrede. Hij stelde: “Wij wijzen de oorlog niet af omdat zij vreselijk is, maar omdat zij zondig is. Omdat alle oorlogswerk vloekt tegen het liefdesgebod van Jezus, daarom is het veroordeeld, daarom mag geen christen eraan meedoen.”

Zijn opvattingen strookten volgens het schoolbestuur en de kerkenraad niet met de Bijbel. Schurer wilde geen afstand doen van zijn pacifisme. Hij kreeg na een heftige strijd, waarin ook de latere minister-president Gerbrandy een rol speelde, ontslag en verliet de gereformeerde kerk. De ‘Lemster Schoolkwestie’ kreeg landelijk aandacht en Schurer werd er zeer bekend door. Schurer en zijn vrouw vertrokken naar Amsterdam waar zij tot 1946 bleven. Hij werkte op diverse openbare lagere scholen en werd in 1935 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland namens de CDU. Maar al snel gaf hij er de brui aan.

Schurer twijfelde steeds sterker aan het bestaansrecht van de CDU. Christelijke partijvorming ging hem tegenstaan, schrijft Liemburg. En zij citeert uit een later interview met Schurer: “… men loopt dan alle dagen het gevaar, eigen betrekkelijk inzicht te dekken met goddelijke autoriteit. Vooral in de propaganda wordt dat bedenkelijk. Onze CDU was formeel ook een confessionele partij, die nog beter beweerde te weten wat Gods wil was dan de anderen. Die pretentie heb ik niet vol kunnen houden, en dat was de reden dat ik in 1937 ben overgegaan naar de SDAP.”   

In de Tweede Wereldoorlog raakte Schurer betrokken bij het literaire verzet en had contacten met mensen als Adriaan Roland Holst, Martinus Nijhoff, Henk van Randwijk en Theun de Vries. Na de oorlog werd Schurer direct lid van de PvdA, de nieuwe doorbraakpartij waar SDAP en CDU in opgingen. Van 1956 tot 1963 zette Schurer zich als Tweede Kamerlid in voor ‘de doorbraak’. Hij onderscheidde zich opnieuw met een pacifistisch minderheidsstandpunt. Vooral tegen atoombewapening was hij fel gekant. Toch maakte hij niet de overgang naar de PSP die in 1957 ontstond als pacifistische afsplitsing van de PvdA. Zijn afkeer van kleine partijen zal daarin een rol hebben gespeeld. Bij zijn afscheid zei één van zijn fractiegenoten: “Je bent altijd verdomd lastig geweest, Fedde, maar wat was het leuk.”

Eén van de redenen waarom Schurer in 1956 gevraagd werd zich kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer, was zijn grote, ook landelijke, bekendheid en zijn populariteit in Friesland. Die had in 1951 een impuls gekregen door onder meer ‘Kneppelfreed’  (knuppelvrijdag), een gewelddadige rel in Leeuwarden.

In de jaren vijftig kon het Fries in veel officiële domeinen worden gebruikt, maar tot grote ergernis van Schurer niet in de rechtbank. Hij schreef een provocerend artikel over de ‘kinderachtige, beledigende en treiterende rechter’ die deed alsof hij het Fries niet verstond. Schurer moest daarop voorkomen. De rechtszaal bleek te klein voor het publiek en een knokpartij tussen burgers en politie was het gevolg.

De kwestie kreeg veel aandacht in de landelijke pers, werd besproken in de ministerraad en leidde tot meer rechten voor het Fries. Liemburg: “Het succes van Kneppelfreed wordt vaak aan Schurer toegeschreven. Die gebeurtenis is hem echter overkomen, maar hij heeft hem maximaal benut. Niet zozeer door Schurers optreden, maar door gewelddadige politiemannen is de situatie in 1951 geëscaleerd.”

Johanneke Liemburg heeft een knappe biografie geschreven van een adembenemend veelkleurige Fries én bekende Nederlander. Schurer was dichter, voorvechter, profeet, politicus, literator en krantenman. Maar ook: echtgenoot, vriend, bezorgde vader, tobber, polemist, charismatisch spreker en een met zijn leerlingen begane onderwijzer. De lezer krijgt een aardig doorkijkje in de Nederlandse geschiedenis, zoals de beslotenheid van de gereformeerde wereld in de jaren twintig, de heftige hongerwinter in Amsterdam en het Heerenveen van de jaren vijftig. Hierdoor begrijpt de lezer de context waarin Schurer leefde en werkte.

Fedde Schurer 1898-1968. Biografie van een Friese koerier. Johanneke Liemburg, Friese Pers Boekerij, Leeuwarden 2010 (567 pagina’s). ISBN 978 90 330 0868 9.