Nieuwe schoenen gekocht deze week. Echt leder. Van 49 euro voor 29 euro. Geweldig zo’n korting. Mooi om een goed product te kopen voor weinig geld. Zo ben ik ook opgevoed. Wees spaarzaam en een ‘goede koop’ helpt daarbij. Want ook het huishoudboekje mag geen begrotingstekort hebben. Deugdzaamheid ten top. ‘Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan’, luidt één van de teksten waarmee winkeliers hun producten aanbevelen. Toch raak ik er steeds meer van overtuigd dat het wél goed is om je af te vragen hoe prijzen tot stand komen. Mijn geld is toch niet het enige dat telt?

Hoeveel kinderhanden hebben eraan gewerkt? Hoe duurzaam is het productieproces en het transport? Hoeveel geld gaat er naar de factor arbeid en hoeveel verdient de tussenhandel? En wat betreft mijn nieuwe leren schoenen: zijn de koeien een beetje diervriendelijk behandeld?

Op deze vragen heb ik geen antwoorden gevraagd toen ik mijn schoenen kocht. De verkoper had er waarschijnlijk ook geen antwoorden op. En als ik in elke winkel zo kritisch moet zijn, hou ik geen geld en tijd meer over. Laat staan een beetje plezier in het leven.

Thuis doen we ons best. We matigen met vlees. En als we vlees eten, kopen we regelmatig biologisch vlees. Sinds kort hebben we een abonnement op een wekelijkse groentetas van een biologische boer in de buurt. Ook komen we in kringloopwinkels. Lekker goedkoop en het geeft ook een goed gevoel de kringloopeconomie wat te stimuleren. Afgedankte spulletjes die nog goed te gebruiken zijn, brengen we er ook graag naartoe.

Maar als het om voeding en nieuwe kleding gaat, vraag ik me af of ‘bewust consumeren’ geen elitaire zaak is. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die de eindjes aan elkaar moeten knopen, liever naar de Aldi gaan dan naar een Natuurwinkel. Laat staan dat ze verantwoorde kleding kopen of een Toyota Prius aanschaffen. Iemand met een hoog inkomen zonder kinderen kan zich de luxe permitteren om te kiezen. Voor een modaal gezin met kinderen is dat veel lastiger. Laat staan voor een alleenstaande moeder met een deeltijdbaan of uitkering.

Het consumptiepatroon van de gemiddelde Nederlander zet een rem op duurzame ontwikkeling en houdt armoede elders in de wereld in stand. En laten we eerlijk zijn: wie let er nou niet op z’n eigen portemonnee? Daarom vind ik het volstrekt onverantwoord om alle verantwoordelijkheid bij de consument neer te leggen. Overheden, wetgeving en stimuleringsmogelijkheden zijn er niet voor niks.

Onze wereldwijde markteconomie heeft soms last van protectionisme door nationale staten. Maar per saldo is de wereldmarkt een losgeslagen beer die getemd moet worden. Dat kun je niet uitsluitend overlaten aan de consument. Nationale overheden, de Europese Unie, samenwerkende vakbonden, belangengroepen, consumentenorganisaties en vrije ondernemers moeten samen voorwaarden scheppen zodat de vrije markteconomie niet ten koste gaat van duurzame ontwikkeling, rechtvaardigheid en solidariteit.

En toch vraagt het ook iets van mij. Voor mijn verantwoordelijkheid mag ik niet weglopen. Wat van onderop groeit, heeft uiteindelijk ook de grootste kans van slagen. Yes we can. Democratisch draagvlak groeit als we ieder naar onze mogelijkheden een eerste stap zetten. Ook al is dat op dubieuze nieuwe schoenen…