‘Paars’ stond in de jaren negentig symbool voor het einde van de machtspositie van het CDA en de overwinning van de secularisatie. Als er de komende maanden een ‘Paars-plus’ coalitie ontstaat, dan doen VVD, PvdA, D66 en GroenLinks er verstandig aan de bruikbare elementen van het christelijk sociaal gedachtegoed juist niet opzij te schuiven maar op een eigentijdse manier uit te werken. Dat getuigt van een ondogmatische visie om Nederland er bovenop te helpen.

Vooral binnen de VVD is er weinig vreugde over de optie van Paars-plus. In de jaren negentig was er beduidend meer enthousiasme om met de PvdA en D66 te regeren. Het onmogelijke bleek toen ineens mogelijk te zijn, namelijk regeren zonder het machtige en schijnbaar onontkoombare CDA. In economisch opzicht had Nederland de wind in de rug en een vrijzinnig liberalisme leek de paarse partijen tot elkaar te brengen.

Tot op zekere hoogte gold de gedeelde ideologie voor sociaal-economische kwesties, maar enthousiasme ontstond vooral op immaterieel gebied. Met een nieuwe euthanasiewetgeving en de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen, brachten de paarse kabinetten vernieuwing tot stand. Hoe noodzakelijk ook, soms sloeg deze vernieuwing door in zelfgenoegzaamheid en ongevoeligheid.

Symbolisch werd de uitspraak van toenmalig minister van Volksgezondheid Els Borst: ‘Het is volbracht’. Zij deed haar uitspraak op zaterdag 14 april in 2001 in NRC Handelsblad naar aanleiding van de totstandkoming van nieuwe euthanasiewet. Nota bene in de tijd voor Pasen gebruikte ze de kruiswoorden van Jezus om haar politieke punt te maken. Ze bood later in de Tweede Kamer haar excuses aan.

De uitspraak van Borst was illustratief voor de anti-clericale en anti-religieuze emotie van de jaren negentig. Voor een deel was dat ook de ideologische ruggegraat van Paars. De emotie van Paars stond in positieve zin voor emancipatie en vrijzinnigheid, maar had ook een blinde vlek. Alsof de maatschappij een optelsom is van vrije en zelfredzame individuen met daarnaast de overheid om de losse eindjes aan elkaar te knopen. En alsof religieus geïnspireerde motieven per definitie conservatief en contraproductief zouden zijn.

Ruim een jaar na de woorden ‘Het is volbracht’ van Els Borst, werd op 6 mei 2002 de populist Pim Fortuyn vermoord. Een week later won Fortuyn postuum 26 zetels in de Tweede Kamer met zijn ‘Puinhopen van acht jaar paars’ en ‘De verweesde samenleving’.

Fortuyn was geraffineerd in het bespelen van de massa en voelde haarfijn aan waar de onvrede lag. Paars stond symbool voor een instrumentele en zakelijke politieke benadering zonder passie en bezieling. De bevolking kreeg het gevoel verweesd en zielloos achter te blijven.

De maatschappij bestaat uit individuen maar daarnaast nadrukkelijk ook uit gemeenschapsverbanden waar mensen samen verantwoordelijkheid dragen voor zorg, welzijn, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en zingeving. Juist in actieve maatschappelijke verbanden kan de overheid bezieling en solidariteit aantreffen en zich laten inspireren. Het CDA was niet moe – ook al voor de opkomst en ondergang van Fortuyn – om dit verhaal te vertellen.

Het tijdperk Balkenende brak aan. Maar juist Balkenende werd als boegbeeld van het CDA zelf het symbool van technocratie en instrumentalisme. Op 9 juni 2010 verloor het CDA twintig zetels en de partij lijkt de komende vier jaar te zijn verbannen naar de oppositie.

Heeft het christelijk sociaal gedachtegoed daarmee aan overtuigingkracht ingeboet? En zijn het alleen confessionele partijen en belijdende christenen die inspiratie kunnen putten uit dit emancipatoire gedachtegoed dat de inrichting van Nederland zo diepgaand beïnvloed heeft? Denk aan onze overlegeconomie waarbij een akkoord tussen werkgevers en werknemers maatgevend is. Wat van onderop groeit, mag niet zomaar overruled worden.

Een regering die meent dat het christelijk sociaal gedachtegoed alleen betekenis heeft voor CDA en ChristenUnie, is kortzichtig en laat zich straks makkelijk aanpraten dat het met de rug naar de samenleving staat, instrumenteel handelt en uitsluitend redeneert in termen van individu, markt en staat.

Als Paars-plus wil laten zien dat het geen politiek monsterverbond is, doet het er verstandig aan om elementen van het christelijk sociaal gedachtegoed over te nemen. Niet zozeer omdat Paarsplus een christelijk randje nodig zou hebben, maar wel om een maatschappelijke basis te leggen voor een groen en sociaal-liberaal hervormingsbeleid.

PvdA en GroenLinks zullen beseffen dat de inzet voor duurzame ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid effectiever verloopt als de overheid en de civil society gezamenlijk de schouders eronder zetten. Voor VVD en D66 kan het schrikbeeld van een dominante overheid naar de achtergrond verdwijnen, als Paars-plus een coalitie aangaat met de samenleving en mensen en groepen wil aanspreken op hun vrijheid en verantwoordelijkheid.

Oud VVD-leider Bolkestein benadrukte in 1994 dat Nederland een ‘bezielend verband’ nodig had. Hij verwees daarbij nadrukkelijk naar het christendom. Verder zijn PvdA en GroenLinks onstaan vanuit ‘Doorbraakbewegingen’ waarin naast het socialisme ook christelijk-sociale opvattingen een rol spelen. CDA en ChristenUnie hebben geen patent op een maatschappijvisie waarin de civil society van vrije en verantwoordelijke burgers centraal staat.

VVD, PvdA, D66 en GroenLinks kunnen bij de zware opdracht die hen mogelijk te wachten staat, baat hebben bij het christelijk-sociaal denken. Dit gedachtegoed staat los van godsdienstige opvattingen en komt voort uit de emancipatiestrijd van katholieken en gereformeerden. Het biedt empowerment en kan prima samengaan met een meer vrijzinnige levensvisie waarbij het liberalisme niet staat voor gearriveerdheid, maar voor ‘onderweg zijn’.

Paars-plus hoeft geen expliciet christelijk-sociaal stempel te krijgen. Dat zou de wereld op z’n kop zijn. Maar een meer ontspannen houding ten opzichte van religie en de civil society zou getuigen van volwassenheid en biedt extra kansen voor paarse samenwerking tussen links en rechts.

Juist omdat Paars-plus in veel opzichten een verstandhuwelijk wordt, is het raadzaam om bezielende maatschappelijke verbanden te faciliteren. Paars-plus wint aan slagkracht als het verbindingen legt met particulier initiatief dat zich richt op thema’s als zingeving, sociale cohesie en duurzame ontwikkeling. De maatschappij is immers meer dan de optelsom van individuen, vrije marktwerking en overheidsingrijpen.

Het alternatief is dat we op den duur aanlopen tegen de ‘puinhopen van Paars-plus’ met een nog grotere voedingsbodem voor maatschappelijke onvrede en populisme.