Duurzame ontwikkeling wordt steeds meer ‘common sense’: een breed gedeeld inzicht.  Overheden en bedrijven die dagelijks bezig zijn met afvalstromen, werken aan innovatie. Denk aan de waterschappen die hun rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zo inrichten dat deze energie opleveren in plaats van energie kosten.  

Waterschap Veluwe –  waar ikzelf als interim communicatieadviseur werkzaam ben – loopt voorop met de RWZI in Apeldoorn. En in mijn woonplaats Zwolle opent afvalverwerker ROVA vandaag een vergistinginstallatie  onder de naam ‘Natuurgas Overijssel’. Met de installatie wordt groen gas geproduceerd uit gft-grondstof.

Milieu en duurzaamheid gaan ons allemaal aan, ongeacht onze levensovertuiging of achtergrond. Natuurlijk hebben sommige politieke partijen duurzaamheid al langere tijd hoog in het vaandel staan. Denk aan GroenLinks en de ChristenUnie. Maar inmiddels kennen bijna alle politieke partijen een werkgroep die zich met duurzaamheid bezighoudt. Deze groepen werken onderling ook met elkaar samen. 

Strijd over duurzame ontwikkeling zou niet nodig hoeven zijn omdat ecologie en economie uiteindelijk niet tegenover elkaar staan, maar in elkaars verlengde liggen. Zeker als het gaat om innovatie rond afvalstromen. Wie energie kan opwekken uit afval of slib is slim en verantwoord bezig. De maatschappelijke en politieke discussie zit veel sterker in de productie en -consumptie van bijvoorbeeld ons voedsel. Of in het mondiale energievraagstuk. Hoe kunnen we ook die processen verduurzamen?  Juist hier staan veel (economische) belangen op het spel. Begrijpelijk dat die kwesties een wat langere adem hebben. 

Reden te meer om blij te zijn dat afvalverwerkers en waterzuiveraars innovatief en verantwoord bezig zijn. Wat je dagelijks weggooit of doorspoelt, vraagt om een slimme en duurzame verwerking. Boeiend hoe mijn collega’s in Apeldoorn en mijn eigen afvalverwerker in Zwolle daar volop mee bezig zijn.