Met enige regelmaat schrijf ik columns voor nieuws- en opiniesite joop.nl. De relatie tussen religie en politiek is één van mijn favoriete thema’s. Soms gaat het expliciet over God. De lezers merken dat ik schrijf vanuit een gelovig perspectief. Maar wel met een linkse insteek en een relativerende ondertoon.

De reacties zijn talrijk. “Misschien wist je het nog niet: God bestaat niet”, schrijft iemand. Of er komt een lang betoog dat God in onze hersenkwabben woont. Wat ik tussen de regels lees is dat God een projectie van achterlijke mensen is. Sommigen reageren een tikkeltje agressief, maar de meesten vooral melig en jolig. Het G-woord maakt blijkbaar wat los bij mensen.

Spreken en schrijven over God is een hachelijke zaak. Het werkt ook makkelijk op de lachspieren. Maar is het daarmee ook een belachelijke zaak? Mijn antwoord is: niet per definitie.

De reacties begrijp ik wel. Sinterklaas bestaat ook niet. Niemand heeft ooit God gezien. Ook roept de christelijke traditie met haar geloofsbelijdenissen veel vragen op. “God als almachtige – waarom laat Hij dan zoveel ellende toe?” Binnen sommige kerken is God erg massief. Hij is het centrum en tevens sluitstuk van een gesloten ideologie waarbinnen geen kritische vragen gesteld mogen worden. De geschiedenis staat bol van de voorbeelden waarbij religie een vrijheidsbeperkende en onderdrukkende werking heeft. Secularisatie en emancipatie zijn maatschappelijke processen die nauw samenhangen.

De bekende protestantse theoloog H.M. Kuitert stelde in de jaren negentig: “Alles wat we zeggen over ‘boven’ komt van ‘beneden’.” Daar sluit ik me bij aan. Geloven is mensenwerk. Wat roept het woordje ‘God’ op? Het hangt er ook van af uit wat voor nest je komt. En of religie bevrijdende of juist onderdrukkende ervaringen wakker maakt. Zelf ben ik ervan overtuigd dat oeroude wijsheden en inzichten boven het menselijk geploeter en getetter kunnen uitstijgen – en misschien wel van ‘de andere kant’ afkomstig kunnen zijn. Iemand anders noemt dat misschien ons ‘collectieve onbewuste’. Mij ook best. Als we de schatkisten van oeroude geloofstradities maar niet krampachtig dichtgooien.

Ons bestaan is zinloos en krijgt pas betekenis door zingeving. Godsdiensten zijn pogingen tot zingeving. En vanuit hun eeuwenoude tradities bevatten zij inspirerende wijsheden en inzichten. Door hun collectieve karakter hebben ze niet alleen zeggingskracht voor individuen, maar ook voor de maatschappij. In een multiculturele samenleving is het de kunst om verschillende levensbeschouwelijke tradities – zowel de religieuze als seculiere – bij elkaar te brengen. En om de onderdrukkende en inhumane elementen uit alle tradities te zuiveren – en de bevrijding van mensen én de natuur centraal te stellen.

Ik ben er niet op uit het bestaan van God te bewijzen. Dat kan, wil en hoef ik niet. Wel wil ik aangeven waarom God – de onnoembare en bevrijdende ‘aanwezige’ die onder meer in oeroude en cultuurvormende verhalen laat zien wie Hij is – mij persoonlijk inspireert. In elk geval stuit iedereen die nadenkt over het leven – de oorsprong, het doel en de zin ervan – op een grens. Je belandt op het terrein van het onnoembare. Alles wat we dan zeggen of schrijven, schiet tekort.

Ons bestaan heeft objectief gezien geen zin. Toch doen we vaak alsof. Waarom? Voor mij persoonlijk heeft dat met God te maken. De Bijbel en de Koran bevatten verschillende verhalen waarin duidelijk wordt gemaakt dat mensen die precies weten wie God is – wat het levensmysterie inhoudt – hun vingers branden aan een ‘heilig vuur’. Misschien zouden ze in het Vaticaan en in verkrampte geloofsgemeenschappen op de Bible Belt zich wat beter moeten verdiepen in de Bijbel. Door hun nadruk op ‘de letter’ en zich door dogma’s te laten leiden, missen zij de oerkracht van de eeuwenoude verhalen en de diepere symboliek: een levenskracht die voortdurend onze menselijke fixaties openbreekt. Lees bijvoorbeeld de inspirerende boekenreeks ‘Het verhaal gaat…’ van dominee Nico ter Linden.

Het getuigt van wijsheid om datgene wat als ‘onaantastbaar’ wordt ervaren, buiten de waarneembare werkelijkheid te plaatsen. Geen grote volksleiders op sokkels, geen neonreclames als altaren van het consumentisme, maar kerktorens en minaretten die naar de hemel wijzen. We laten een deel van de werkelijkheid open en ‘cirkelen rond een geheim’, om met natuurkundige A. van den Beukel te spreken. Wie dat niet beseft, mist een bepaalde antenne. De joodse emeritus hoogleraar psychiatrie Herman van Praag stelde om die reden onlangs in tijdschrift VolZin dat atheïsme een afwijking is.

Spirituele openheid kan mensen helpen zich niet blind te staren op de materiële werkelijkheid, op zichzelf, op een ander of op een ideologie. Zo bezien bevordert openheid naar een transcendente werkelijkheid idealiter de vrijheid van het individu en de gelijkheid tussen mensen. Het biedt ook weerstand tegen absolutisme en relativisme. Het is een bron van humaniteit. Een groeiend aantal mensen zegt hierover: ‘Ik geloof dat er iets is’. Oud-minister Ronald Plasterk bedacht daarvoor als grap de term ‘ietsisme’.

Om onze vingers niet te branden of te veel uit de toon van burgerlijke middelmatigheid te vallen, kiezen we voor ‘iets’ en daarmee naar mijn overtuiging voor ‘niets’. Persoonlijk vind ik dat een vorm van geestelijke armoede, zowel individueel als collectief. Plasterk bedoelde het niet voor niets als grap. Zingeving krijgt voor mij pas diepte als het een ‘taal’ – een traditie – heeft. Waarom zou je niet op je eigen manier verder gaan in de voetsporen van honderden generaties voor je? Misschien moeten we juist ook meerdere ‘talen’ leren verstaan en leren spreken. Als we tenminste open minded zijn. Ik heb daar zelf een begin mee gemaakt door me te verdiepen in de islam, in nieuwe spiritualiteit en in het seculiere humanisme.

Tegelijk hou ik het op ‘God’. Daarmee ben ik opgevoed en mensen doen dat al duizenden jaren. Anderen noemen het spiritualiteit of transcendentie. Spreken en schrijven hierover blijft een hachelijke zaak: er wordt ook veel onzinnigs over gezegd en geschreven. Maar het is geen belachelijke zaak. Religie kan mensen onderdrukken of juist bevrijden. Religie en spiritualiteit vragen om kritiek maar ook om een eerlijke en onbevangen houding.

Voor mij persoonlijk is God een hypothese waar ik letterlijk en figuurlijk U tegen zeg. Stemmen en krachten die me afleiden verstommen dan. Ik vind het soms lastig mijn hoofd te buigen en me open te stellen. Het laat zich allemaal moeilijk uitleggen, maar het geeft mij kracht en zin. Ik loop daar niet mee te koop. Behalve als ik in een ‘virtuele kroeg’ als joop.nl daartoe wordt geprikkeld.

Naar mijn idee is het juist de linkse en kritisch denkende mens die beseft dat hij of zij niet zelf de maat der dingen is, maar als uniek persoon deel uitmaakt van een groter project. Ik besta als mens niet toevallig maar met een doel. Ik leef niet voor mezelf en ik sterf niet voor mezelf. Deze overtuiging laat zich niet rationeel verklaren en nodigt uit tot onbevangenheid en een leven vanuit verwondering.

Het besef van ‘iets groters’ roept bij mensen vaak respons op: ‘responsibility’. Die spirituele levenshouding – zo ervaar ik het althans – overstijgt de kunstmatige scheiding tussen ‘religieus’ en ‘seculier’. Die gedachte is mij in de dialoog en in de samenwerking met niet-godsdienstige mensen uiteindelijk veel meer waard dan het blijkbaar voor sommigen zo vermaledijde G-woord.