In de strijd tegen ‘de islam’ proberen xenofobe en conservatieve krachten steun te verwerven bij christenen en kerken. Kerkleiders houden de boot gelukkig af. Maar het CDA toont zich opmerkelijk gevoelig. 

Bart Jan Spruyt – voorman van de conservatieve Edmund Burke Stichting – wijst graag op de gevaren van de islam en het belang van de eigen joods-christelijke traditie voor Nederland. Onlangs flirtte Ayaan Hirsi Ali in haar strijd tegen de islam van haar jeugd nog met de Rooms Katholieke Kerk, terwijl SGP-jongeren haar lauwerden vanwege haar onophoudelijke strijd tegen deze ‘valse godsdienst’.  

Wat een angsthazerij toch. De islam als monolitisch blok is een fabeltje. Verreweg de meeste moslims in Nederland zijn gematigd en kunnen zich moeilijk onttrekken aan veranderingen. Per nationaliteit verschilt de islam en ook daarbinnen bestaan diverse richtingen. Wie in Nederland een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse moskee bezoekt, komt telkens in een andere wereld terecht.

Ook de secularisatie heeft invloed. Jonge moslims integreren waarden uit hun eigen traditie met andere opvattingen. Ze bezoeken de moskee minder trouw dan hun ouders. Of ze zeggen hun geloof vaarwel. Een volwaardige plaats voor vrouwen en acceptatie van homoseksualiteit? Het is in veel moslimkringen een strijd die gepaard gaat met generatieconflicten. Onder de oppervlakte is er veel in beweging. Het zijn ontwikkelingen die goed te vergelijken zijn met wat er onder christenen gebeurde – en tot op de dag van vandaag gebeurt bij de orthodoxe gelovigen onder hen.    

Gelukkig vinden verdachtmakingen aan het adres van ‘de islam’ weinig weerklank bij de leiding van de grote kerkgenootschappen in Nederland. Maar behoudende kerkleden zijn er gevoelig voor. En een dominee op de Veluwe riep kerkgangers onlangs op tot het uitbrengen van een stem op de PVV. Het CDA – altijd ontvankelijk voor wat het christelijke electoraat beweegt – lijkt dit sentiment aan te voelen en er beslist niet aan voorbij te willen gaan.

Zo schreef CDA Tweede Kamerlid Mirjam Sterk onlangs in dagblad Trouw over een ‘joods-christelijk-humanistische traditie’ zoals dat ongeveer ook in het verkiezingsprogramma van de christen-democraten is opgenomen. Wat mij betreft is dat een nogal gekunstelde constructie om alles wat géén islam is op een grote hoop te vegen, zodat je ogenschijnlijk een stevige dam kunt opwerpen tegen alles wat nieuw en vreemd is.  In het bijzonder de islam.

Het is niet alleen een gekunstelde maar ook een nogal bedenkelijke redenering. Nieuwe groepen en religies hebben in Nederland nauwelijks de kans gehad om een eigen traditie op te bouwen. Zo worden mensen met een godsdienst die relatief nieuw is – en die volop bezig is een eigen ‘poldersmoel’ te ontwikkelen – bij voorbaat buiten spel gezet. Blijkbaar werpt het CDA liever een dam op dan dat het bruggen bouwt. Voor mij als progressief christen heeft dat weinig te maken met de op de toekomst gerichte boodschap van het evangelie.    

Vaak zijn kerken en christenen de humane oorsprong van hun geloof vergeten: een boodschap van hoop en vertrouwen die angst en wantrouwen te boven komt. Vooruitstrevend zou ik de meeste bisschoppen en synodebestuurders niet willen noemen. Maar dat ze redelijk immuun zijn voor xenofobie en populisme, ervaar ik als een hoopvol signaal. Ze tonen in elk geval meer karakter dan het het CDA dat zich – in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen – vooral door electoraal opportunisme laat leiden. Een vleugje rechts populisme hoort daar kennelijk bij.