We betalen te veel belasting. Populisten als Geert Wilders en Rita Verdonk roepen dat graag, maar ook de VVD heeft er een handje van. Misschien is deze vorm van populisme nog wel gevaarlijker dan de gecultiveerde angst voor moslims.

Rita Verdonk presenteerde gisteren in Den Haag haar verkiezingsprogramma. Kernpunt is een vlaktaks van 25 procent. Iedereen hoeft over zijn of haar inkomen nog maar 25 procent belasting te betalen. Wie niet verder kijkt dan zijn neus lang is, zal het plan toejuichen. ‘Kassa!’, roept de calcurende burger. En terecht. Het zal onze privé-inkomens ten goede komen.

De overheid zou al ons zuur verdiende geld maar opslurpen. Maar waarom? De overheid heeft geld nodig om het weer uit te kunnen geven. Aan onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen, openbaar vervoer, infrastructuur, welzijnswerk, de aanleg van wegen, natuurbehoud, politie, defensie en ontwikkelingssamenwerking.  Daar plukken we allemaal de vruchten van. En ook de mensen die het slechter hebben dan wijzelf. Zij kunnen een steuntje in de rug goed gebruiken.

De welvaart in Nederland is groot, maar publieke voorzieningen staan onder druk. Dat rechtvaardigt een belastingverhoging voor de allerrijksten. Zo wil de PvdA mensen die meer verdienen dan 150.000 euro per jaar, over de euro’s boven deze grens, wat meer belasting laten betalen. Het levert de overheid niet enorm veel geld op, maar het signaal is goed: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten.

Het PvdA-plan past bij een maatschappij waarin mensen waardig en solidair samenleven. Het populisme van belastingverlagingen valt daarbij moreel in het niet.