Met de verrassende switch in de PvdA-top maken de sociaal-democraten kans de grootste partij van Nederland te worden. Job Cohen heeft visie en gezag. Juist daar ontbreekt het aan binnen de gevestigde politieke partijen. Ook als het gaat om bijvoorbeeld religie in het publieke domein. Wat die kwestie betreft is het de vraag of Femke Halsema al helemaal klaar is voor deelname aan een kabinet Cohen.

Cohen komt uit een joodse familie maar is niet godsdienstig. Toch heeft hij een uitgebalanceerde visie op religie in het publieke domein. Geen wonder, want als burgemeester heeft hij veel te maken gehad met de dagelijkse praktijk van mensen in de grote stad. Amsterdam is seculier van karakter en telt ook een christelijke en islamitische minderheid. Ook andere wereldgodsdiensten zijn in de stad vertegenwoordigd. Godsdienst is een menselijk gegeven en heeft als ‘ziel van cultuur’ zowel negatieve als positieve kanten. 

De negatieve aspecten zijn sinds 2001 uitgebreid in beeld gekomen. De positieve kanten van godsdienst – zoals het bieden van zingeving en sociale cohesie –  lijken uit beeld te zijn geraakt. En dat terwijl kerken en religieus geïnspireerde organisaties als het Leger des Heils, veel opbouwend werk doen met het oog op de meest kwetsbare mensen.

Alexander Pechtold is er klaar voor. De D66-leider is onmiskenbaar een sociaal liberaal. Tegelijk – of misschien juist daarom – straalt hij mildheid en relativeringsvermogen uit als het om godsdienst gaat. Femke Halsema doet haar best, maar lijkt de juiste toon nog te zoeken. Ze geeft nog vaak de indruk te denken in de simpele tegenstelling tussen de in boeien geslagen gelovigen versus autonome linkse burgers. Is zij in dit opzicht misschien toch eerder een product van ouderwets links dan van links-liberaal denken? 

Door te luisteren naar een belangrijk deel van haar achterban en de geschiedenis van haar eigen partij serieus te nemen, kan ze een stap verder komen. Denk aan de ontstaansgeschiedenis van de PPR in de jaren zestig, de rol van de beweging Christenen voor het Socialisme in de jaren zeventig, de opkomst van de Evangelische Volkspartij (EVP) in de jaren tachtig en ten slotte de participatie van moslims in de jaren negentig. Zonder deze vier ontwikkelingen was GroenLinks niet de partij geworden die het nu is.

Een testcase voor GroenLinks is het nieuwe verkiezingsprogramma. Op initiatief van De Linker Wang, het platform voor geloof en politiek verbonden met GroenLinks, werkt de partij aan een nieuwe religieparagraaf. GroenLinkser Ruard Ganzevoort, sinds kort voorzitter van De Linker Wang en hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft namens het platformbestuur een eerste aanzet gegeven die positief ontvangen is.

Een zekere ontspannenheid rond godsdienst en religie kan ook GroenLinks ten goede komen. Daarbij moet oog zijn voor de gevaarlijke kanten van religie, maar nadrukkelijk ook voor de opbouwende kanten die godsdienst heeft als sociale en cultuurvormende kracht. Deze genuanceerde houding past bij GroenLinks en is broodnodig als de partij zich wil warmlopen als coalitiepartner in een mogelijk eerste kabinet Cohen.